Spreekbeurt  
 
Wil jij een spreekbeurt over de brandweer houden dan ben je hier op de goede plaats.
Speciaal voor jou heeft brandweer Zundert hier allerlei informatie over de brandweer verzameld. Je kunt uiteraard ook informatie op de andere pagina's van deze site vinden.
Wij wensen je in ieder geval veel succes.
 
Leskist lenen?  

Woon jij in de gemeente Zundert? Dan kun je gebruik maken van de mogelijkheid om onze leskist te lenen ter ondersteuning van je spreekbeurt. Neem ruim vooraf contact met ons op. Vergeet niet je naam, adres en telefoonnummer te vermelden.

 
Hier klikken
 
  De Brandweer  
 

Bijna elke gemeente in Nederland heeft een eigen brandweerkorps.

Er zijn 633 gemeentelijke brandweerkorpsen.

In die korpsen werken ongeveer 26.000 brandweervrijwilligers en 4.000 beroepsbrandweermensen.
 

Beroepsbrandweer
In grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam en Breda is vaak een beroepsbrandweer. Deze beroepsbrandweermensen hebben geen ander beroep. Hun beroep is brandweerman of brandweervrouw. Ze zijn steeds op de kazerne. Als er een brand is of een ongeluk, worden ze door een toeter of een bel gewaarschuwd. Ze trekken dan hun brandweerpak aan en rennen naar de brandweerauto.
 

Brandweervrijwilligers
De meeste mensen die bij de brandweer werken, zijn vrijwilligers. Dat is ook in Zundert het geval. Dit betekent dat ze eigenlijk een ander beroep hebben. Ze doen het brandweerwerk erbij. Vrijwillige brandweermensen hebben altijd een pieper bij zich. Wanneer er brand is of iets anders, gaat de pieper af. De brandweermensen weten dan dat ze naar de brandweerkazerne moeten komen. Ze laten meteen hun gewone werk in de steek.

Er zijn ook brandweerkorpsen waar beroepsbrandweermensen en vrijwilligers samenwerken.


Regionale brandweer

Als er een ramp gebeurt, dan kan de brandweer van één gemeente het vaak niet alleen af. Denk bijvoorbeeld aan een hele grote brand. Of een heel groot ongeluk met veel slachtoffers. Of rivieren die overstromen. Andere korpsen van gemeenten in de buurt komen dan helpen. Dat hebben ze van tevoren afgesproken. Daarvoor hebben ze 39 regionale brandweren opgericht. Brandweer Zundert hoort bij de Regionale Brandweer Breda en Omstreken. Net zoals Etten-Leur, Zevenbergen,Moerdijk en Oosterhout.


Bosbrandweer
In sommige gebieden in Nederland is veel bos en veel heide. Als het een tijdje niet heeft geregend, is het gevaar voor brand hier erg groot. In deze gebieden, bijvoorbeeld de Veluwe, is een bos­brandweer.

De bosbrandweer houdt vanuit vliegtuigjes in de gaten of er brand is. Als er brand is, gaan ze met speciale wagens de brand blussen. Die wagens kunnen goed door het bos rijden.


Bedrijfsbrandweer

In grote bedrijven, fabrieken en ziekenhuizen is een speciale bedrijfsbrandweer. Zodra er een brand ontstaat, begint de bedrijfsbrandweer meteen met blussen. De gemeentelijke brandweer wordt gewaarschuwd. Als het nodig is, komt die helpen met blussen.

De mensen van een bedrijfsbrandweer kunnen de brandweermensen van de gemeentebrandweer de weg wijzen. Ze kunnen vertellen waar het extra gevaarlijk is.

 
  Taken van de brandweer  
 

De brandweer moet een aantal taken uitvoeren. Die taken staan in de Brandweerwet.

De brandweer moet:

-branden voorkomen (preventie)

-branden blussen en daarbij mensen en dieren redden (repressie)

-mensen en dieren redden en helpen bij andere ongevallen (hulpverlening)

-zich voorbereiden op branden en hulpverlening (preparatie)

 

Preventie: het voorkomen van brand.

De brandweer probeert brand te voorkomen door:

- mensen uit te leggen hoe ze brand kunnen voorkomen

- te controleren of gebouwen brandveilig zijn

- te controleren bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen

Als de brandweer gebouwen controleert, kijkt ze of er nooduitgangen zijn. Ze kijkt ook of er geen dingen voor de nooduitgangen staan. Of er genoeg brandblusapparaten zijn en of die het ook doen. Of er noodverlichting is, die laat zien hoe je bij de uitgang komt.

Als alles in orde is, is er weinig kans op brand.

Bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen zijn veel mensen aanwezig.

Brandweermensen houden in de gaten of alles wel veilig is. Als er iets zou gebeuren, kunnen ze meteen helpen met blussen en de mensen naar buiten brengen.

 

Repressie: het blussen van brand en het redden van mensen en dieren daarbij.

Er zijn een paar belangrijke dingen die de brandweer bij een brand moet doen.

1. Het belangrijkste is dat mensen en dieren gered worden.

2. De brandweer moet proberen de brand zo snel mogelijk te blussen.

3. De schade moet zo veel mogelijk beperkt worden. Schade ontstaat vooral door water en rook.

De brandweer probeert waterschade te beperken door zo weinig mogelijk water te gebruiken. Ook probeert de brandweer om de rook weg te krijgen.

De brandweer werkt bij branden meestal samen met de politie en de ambulancedienst.

 

De brandweer komt niet alleen bij brand. Ze komt ook als er:

- iemand met z'n auto in het water gereden is

- iemand een ongeluk met z'n auto heeft gehad en er niet meer uit kan komen

- een vrachtwagen met bijvoorbeeld benzine of een andere gevaarlijke stof een ongeluk heeft gehad

- er een vliegtuig verongelukt is

- er een kettingbotsing is gebeurd

- er rivieren zijn overstroomd

- er een kelder onder water staat

- er een koe in de sloot is gevallen

De brandweer werkt bij ongelukken meestal samen met de politie en de ambulancedienst. 

 

Preparatie: het voorbereiden op branden of hulpverlening.

De brandweer bereidt zich voor door:

- te oefenen

- uit te zoeken hoe ze hun werk zo goed mogelijk kunnen doen

- ervoor te zorgen dat kleding, brandweerwagens en gereedschap in orde zijn

Door een goede voorbereiding kan de brandweer beter en sneller werken.

 
  Hoe kom je bij de brandweer  
 

Je kunt op twee manieren bij de brandweer komen:

- als brandwacht

- als officier

Als je brandwacht wil worden, moet je een diploma van het VBO hebben. Verder moet je 18 jaar zijn. Ook moet je goed gezond zijn. Het werk van een brandwacht is best zwaar. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de brandslangen en het hulpverleningsgereedschap die je als brandwacht moet kunnen optillen!

Als je een VBO-diploma hebt, 18 jaar bent en gezond bent,en in teamverband wil werken kun je het brandweerkorps van jouw gemeente opbellen om te vragen of er brandwacht-plaatsen vrij zijn.

Kun je bij de brandweer terecht, dan krijg je eerst een keuring. Bij de keuring wordt je gezondheid gecontroleerd. Daarna krijg je een opleiding.

Je leert in de opleiding dingen zoals:

- hoe je een brand moet blussen

- hoe je mensen en dieren kunt redden

- hoe je moet omgaan met ademluchtmaskers

- hoe je het hulpverleningsgereedschap moet bedienen

- wat je moet doen bij mensen die bewusteloos zijn

- wat je moet doen bij mensen met brandwonden

Als je brandweerofficier wilt worden, moet je eerst HBO of universiteit gevolgd hebben. Je kunt er dus niet meteen na je middelbare school naartoe.

Ook voor een officier is een goede gezondheid heel belangrijk. Maar je moet nog meer kunnen. Je moet slim zijn. Je moet goed met anderen kunnen samenwerken. En in spannende situaties helder kunnen blijven denken.

De opleiding voor brandweerofficier wordt maar op één plaats gegeven: bij het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) in Arnhem.

Bij het Nibra kun je je opgeven als je officier wilt worden. Het Nibra test alle mensen die zich opgeven. De beste mensen mogen de opleiding gaan volgen.

Als je bij de brandweer wilt werken, vraag dan eerst informatie aan.

Als je brandwacht wilt worden, kun je informatie aanvragen bij de schooldecaan of bij de brandweer.

Het adres en telefoonnummer van de brandweer kun je opzoeken in het telefoonboek, en op de website www.brandweerzundert.nl

Bij de brandweer kunnen ze je vertellen of er plaatsen vrij zijn voor brandwachten. Maar ook wanneer er een informatie-avond is.

Als je brandweerofficier wilt worden, kun je informatie aanvragen bij het Nibra in Arnhem. 

 
  Vrijwilligers bij de brandweer  
 

De meeste brandweermensen zijn vrijwilligers. Zij hebben een gewone baan. Ze werken bijvoor­beeld in een winkel, op een kantoor of in de bouw. Ze worden opgepiept als ze naar de brandweer moeten komen. '‘s Nachts slapen ze gewoon thuis. Ze kunnen dan ook opgepiept worden.

Een paar avonden in de week gaan ze naar de brandweer toe om te leren en te oefenen hoe ze branden moeten blussen, hoe ze mensen moeten redden uit verongelukte auto's en zo. Daar moeten ze ook examen in doen.

Ze leren precies hetzelfde als de beroepsbrandweermensen en krijgen ook hetzelfde examen. Dat kost best veel tijd, maar dat maakt hen niets uit, omdat ze zo graag bij de brandweer werken.

Alarm!
De alarmcentrale van de brandweer krijgt meldingen meestal binnen via het 1-1-2 alarmnummer.

Ze wordt zo gewaarschuwd voor brand en ongevallen.

De alarmcentrale waarschuwt de brandweermensen. Alarmeren heet dat. Dit alarmeren kan op verschillende manieren.

1. Door een sirene/bel of lichten of allebei.

2. Door een pieper.

3. Door de mobilofoon of de portofoon.

Brandweermensen die in de kazerne zijn, worden meestal gealarmeerd via een sirene en lichten.

Brandweermensen die niet in de kazerne zijn, worden meestal door een pieper gealarmeerd. Een pieper is een zwart apparaatje dat je in je zak kunt stoppen. Het gaat piepen als je moet komen omdat er brand is of er een ongeluk is gebeurd. Je kunt er niet door praten.

Door een portofoon en een mobilofoon kun je wel terugpraten. Deze hulpmiddelen worden gebruikt om brandweermensen te alarmeren die al bezig zijn. Bijvoorbeeld met een kat uit een boom halen of een kelder leegpompen. Als er ergens anders brand of een auto-ongeluk is, worden ze gewaar­schuwd via de portofoon of mobilofoon. Ze gaan dan naar de brand of het auto-ongeluk, want dat is belangrijker.

De portofoon is een draagbaar zwart apparaat met een kleine antenne. Het is hetzelfde als een walkietalkie. De bevelvoerder gebruikt de portofoon om goed te kunnen overleggen met andere brandweermensen. Denk maar eens aan een brand in een groot gebouw. Je kunt dan niet naar elkaar schreeuwen. Bijvoorbeeld wat er aan de hand is. Waar je mee bezig bent. Wat anderen moeten doen. Enzovoort.

Met een portofoon kan de bevelvoerder doorgeven wat de mensen van zijn ploeg moeten doen.

De brandweermensen kunnen weer aan de bevelvoerder vertellen wat ze zien en waar ze mee bezig zijn.

De mobilofoon is niet draagbaar. Hij is vastgemaakt in de brandweerwagen. Hij lijkt een beetje op een autoradio. Hij wordt gebruikt om boodschappen aan de alarmcentrale door te geven. Bijvoor­beeld wanneer de brand uit is en wanneer de ploeg teruggaat naar de kazerne.

De alarmcentrale geeft ook boodschappen via de mobilofoon door aan de brandweerwagen. Zo wordt verteld of het een grote of kleine brand is, of er slachtoffers zijn en of er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.

De mobilofoon wordt ook gebruikt om berichten door te geven tussen verschillende brandweer­wagens.

Brandweermensen die worden opgepiept, gaan zo snel mogelijk naar de kazerne.

Als er voldoende brandweermensen in de kazerne zijn, gaan ze zo snel mogelijk op weg naar de brand of het ongeluk. Dat heet uitrukken.

Afhankelijk van de grootte van de brand of het ongeluk, rukken er één of meer brandweerwagens uit. Bij een kleine brand of een klein ongeluk is één brandweerwagen voldoende. Maar bij een grote brand of een groot ongeluk is het soms nodig om meer wagens te laten uitrukken.

Om snel door het verkeer op de plaats van de brand of het ongeluk te komen, heeft elke brand­weerwagen blauwe zwaailichten en een sirene. Wanneer die gebruikt worden, moeten andere weg­gebruikers de brandweerwagen voorrang geven.

 
  Verschillende brandweerwagens  
 

De brandweer heeft verschillende soorten brandweerwagens:

- bluswagens

- redwagens

- hulpverleningswagens

- andere wagens

Bluswagens hebben spullen die nodig zijn om brand te blussen, maar ook spullen om te kunnen helpen bij auto-ongelukken.

Voor het blussen heeft de bluswagen een hele grote tank, waar heel veel water in zit. In de blus­wagen zitten natuurlijk ook blusslangen. Maar niet alle branden kunnen met water geblust worden. Soms is dat zelfs gevaarlijk. Bijvoorbeeld bij branden met olie. Daarom zitten er in de bluswagen ook andere blusmiddelen, zoals bluspoeder en koolzuursneeuw.

In de bluswagen zit ook speciaal gereedschap om mensen te kunnen bevrijden uit verongelukte auto's. Bijvoorbeeld een speciale schaar, waarmee de brandweer het dak van een auto kan knip­pen.

Als er brand in een gebouw is, kunnen de mensen er soms niet meer uit. Bijvoorbeeld in een flat.

De brandweer kan dan redwagens gebruiken om mensen te redden. De redwagens hebben een ladder of een bakje op een lange staaf. Daarmee kunnen ze heel hoog komen.

In de hulpverleningswagens zit nog meer gereedschap om mensen te kunnen helpen.

Bij de brandweer worden soms nog andere wagens gebruikt. Welke wagens precies, hangt af van het gebied waar de brandweer werkt.

Zo zijn er communicatiewagens, duikwagens, boswagens en terreinwagens.

Maar de brandweer heeft ook blusboten en blusvliegtuigen.

 
  Brandweerkleding  
 

Branden blussen en helpen bij ongelukken is best gevaarlijk werk. Daarom hebben brandweer­mensen speciale kleren aan die hen beschermen. Bijvoorbeeld tegen de hitte van het vuur, of tegen scherpe voorwerpen, of tegen giftige rook.

Bij speciale kleren moet je denken aan:

- een bluspak

- een helm

- laarzen

- handschoenen

- adembescherming

Deze speciale kleren hebben ze ook aan bij het oefenen.
Als brandweermensen met andere dingen bezig zijn, hebben ze meestal hun uitgaansuniform (net pak) aan. Bijvoorbeeld als ze kantoorwerk doen.

Als brandweermensen uitrukken, hebben ze een speciaal bluspak aan. Bij brand zorgt dit pak ervoor dat de hitte wordt tegengehouden. Binnen in een brandend huis is het heel heet. Je kunt er niet blijven als je geen speciale kleren aanhebt. In een bluspak heb je minder snel last van de hitte. Daarom is zo'n pak nodig.

Bij auto-ongelukken komt zo'n stevig pak ook van pas. Het zorgt er buiten voor dat de brandweer­mensen het niet snel koud krijgen. En dat ze beschermd worden tegen splinters en andere scherpe dingen.

De helm is belangrijk. Hij zorgt ervoor dat het hoofd van brandweermensen beschermd is als er iets zwaars op komt. In een brandend huis kan van alles naar beneden vallen. Balken van het plafond bijvoorbeeld.

Brandweermensen hebben ook speciale laarzen aan. De neuzen zijn stevig gemaakt met ijzer aan de binnenkant. Komt er iets zwaars op de laarzen, dan bezeren de brandweermensen hun tenen niet. De laarzen hebben een dikke zool. Daardoor maakt het brandweermensen niet uit of ze over puin moeten lopen. Dat doet geen pijn.

Om hun handen te beschermen tegen hete of scherpe voorwerpen, hebben brandweermensen speciale handschoenen aan. Deze handschoenen zijn gemaakt van dik leer.

In een brandend huis is zo veel rook dat je niets kunt zien. Het is er pikzwart. Die rook is erg heet en giftig. Je longen kunnen er niet tegen als je die rook inademt. Je kunt er zelfs aan doodgaan. Daarom hebben brandweermensen verse lucht in een fles op hun rug. Die lucht wordt ademlucht genoemd.

Door een slang gaat de ademlucht naar een masker dat de brandweermensen op hun gezicht heb­ben. Het masker zorgt ervoor dat ze geen rook inademen, alleen de lucht uit de fles. Een brand­weerman kan ongeveer twintig minuten doen met de lucht in de fles. Dan is de lucht op en moet de fles verwisseld worden.

Natuurlijk zijn brandweermensen niet de hele dag aan het oefenen en uitrukken. Ze hebben daarom ook niet de hele dag hun uitrukuniform aan.

Als ze andere dingen moeten doen, hebben brandweermensen een uitgaansuniform aan.

Bijvoorbeeld als ze afspraken hebben met mensen van buiten de brandweer. Of als ze controleren in een schouwburg of circustent. Of bij plechtigheden, zoals recepties.

 
  Wat is brand  
 

Je krijgt niet zomaar brand.

Voor brand zijn drie dingen nodig:

1. een brandbare stof, zoals hout of papier of stof

2. het moet heet zijn

3. er moet zuurstof zijn. Zuurstof zit in de lucht.

Pas als al deze drie dingen er zijn, ontstaat er brand.

Om de brand te blussen haalt de brandweer één van de drie dingen die nodig zijn voor brand weg.

Vaak doen ze dat door ervoor te zorgen dat de temperatuur naar beneden gaat. Daar gebruiken ze water voor.

Ook wordt soms de brandende stof weggehaald. Bijvoorbeeld bij een schoorsteenbrand wordt het brandende roet weggehaald.

Verder kan de brandweer de brand blussen door te zorgen dat er geen zuurstof meer bij de brand kan komen. Dan gaat de brand vanzelf uit.

Als je een keer met brand te maken krijgt, moet je het volgende doen.

1. Raak niet in paniek.

2. Ga naar buiten. Doe ramen en deuren achter je dicht.

3. Waarschuw de andere mensen die in de buurt zijn.

4. Bel 1-1-2 en vraag om de brandweer.